U bevindt zich op: HomeOnderwerpenExamen doen

Examen doen

Hieronder leest u hoe de examens gaan en wat belangrijk is om te weten. Informatie over wat u moet kunnen voor de examens leest u op de pagina Inhoud van het examen.

Wat neem ik mee?

Woordenboeken

Tijdens het examen

Het gebruik van de computer

Duur van het examen

Het examen Lezen

Het examen Luisteren

Het examen Schrijven

Het examen Spreken

 

Legitimatie

Breng een geldige legitimatie mee naar het examen. U moet zich bij elk examen legitimeren.

Schrijfmateriaal

Bij de examens Luisteren, Schrijven en Spreken krijgt u in de zaal kladpapier uitgereikt. Bij het examen Schrijven krijgt u in de zaal een zwartschrijvende pen. U mag geen zelf meegebracht schrijfmateriaal of papier gebruiken.

Eten en drinken

Tijdens de examens mag u niet eten en drinken. Als u in de pauze iets wilt eten of drinken moet u dat zelf meenemen. U kunt dit niet kopen op de examenlocatie.

Tijdens het examen Lezen en Schrijven mag u maximaal drie woordenboeken gebruiken. Als u woordenboeken wilt gebruiken, moet u deze zelf meenemen. Woordenboeken die u niet mag gebruiken zijn het Van Dale Synoniemenwoordenboek, het Van Dale Spreekwoordenboek en het Van Dale Middelgroot Woordenboek. U mag tijdens het examen geen woordenboeken van andere kandidaten lenen. Ook mogen er geen briefjes, teksten of aantekeningen in het woordenboek zitten. U mag geen elektronische hulpmiddelen, zoals een digitaal woordenboek of een vertaalcomputer gebruiken.

Tijdens de examens Luisteren en Spreken mag u geen woordenboeken gebruiken.

In de examenzaal

Op de tafels in de examenzaal liggen bladen met examennummers. Iedere kandidaat heeft een eigen examennummer. Dit examennummer staat op de oproep. U zoekt uw nummer en gaat zitten aan de tafel met uw nummer. Er is altijd een examenleider in de examenzaal aanwezig. De examenleider zorgt ervoor dat u het examen rustig kunt maken.


Instructie en controle

Voordat het examen begint, moet u uw geldig legitimatiebewijs met pasfoto laten zien en moet u een handtekening zetten. De examenleider controleert de meegenomen woordenboeken. Daarna deelt hij het examenmateriaal uit, vertelt hij hoe het examen zal gaan en wat u wel en niet mag doen. Daarna kunt u vragen stellen. Als niemand meer een vraag heeft, zegt de examenleider dat het examen kan beginnen. Dit is het moment dat de examentijd begint. Tijdens het examen mag u geen vragen meer stellen. Tijdens het examen moet u doen wat de examenleider zegt. De examenleider vertelt u ook wanneer u moet stoppen. U mag dan niet langer doorwerken.


Na het examen

Aan het einde van het examen moet u al het examenmateriaal inleveren. U mag dus geen examenmateriaal meenemen uit de examenzaal. Ook het kladpapier moet worden ingeleverd.

Bij de examens Lezen en Schrijven mag u de examenzaal uitgaan als u meer dan 15 minuten voor het einde van het examen klaar bent. Als u wilt weggaan, geeft u een teken aan de surveillant. Die controleert alle materialen. Daarna mag u de zaal uitgaan. U moet dat rustig doen, zonder de andere deelnemers te storen.


Bij alle examenonderdelen wordt een computer gebruikt.

De examens Luisteren en Spreken worden helemaal digitaal afgenomen. U leest de opgaven op het computerscherm en u klikt uw antwoord aan met de muis.

Bij het examen Lezen leest u de teksten in een boekje. Uw antwoord klikt u aan op het computerscherm met de muis.

Het examen Schrijven wordt voor een steeds groter deel met de computer afgenomen. U typt uw tekst in met behulp van een eenvoudig schrijfprogramma. In 2015 wordt alleen deel B van Staatsexamen NT2 Programma I nog op papier afgenomen. U schrijft uw tekst bij dit deel in een boekje.

Meer informatie over het gebruik van de computer bij de examens vindt u op de pagina  digitale examenonderdelen.


Voor het examen begint is er tijd nodig voor instructie en controle. Het hele examen duurt dus langer dan het examen zelf.

 

 

Duur van het examen Programma I

Duur van het examen Programma II

Duur van het heel examen (incl. instructie vooraf)

Pauze

Lezen

1 uur en 50 min.

1 uur en 40 min.

2 uur en 15 min.

Geen pauze

Luisteren

1 uur

1 uur

2 uur

Geen pauze

Schrijven

2 uur

2 uur

2 uur en 45 min.

Geen pauze, korte rust tussen deel 1 en 2

Spreken

20 tot 30 min.

20 tot 30 min.

1 uur

Geen pauze


Het examen Lezen bestaat uit één deel. U krijgt een boekje met daarin acht teksten.

Bij deze teksten moet u maximaal 44 vragen beantwoorden. Per tekst zijn er vier tot acht vragen. Het zijn altijd meerkeuzevragen. De vragen en antwoorden zijn te zien op het scherm van een computer. U moet steeds uit twee, drie of vier antwoorden het goede antwoord kiezen. U klikt uw antwoord aan met de muis.

Let op!

Het examen bestaat uit verschillende soorten vragen. Soms moet u precies lezen, soms moet u de tekst alleen bekijken en snel doorlezen (globaal lezen) en soms moet u iets opzoeken in de tekst. Voor de ene vraag heeft u dus meer tijd nodig dan voor de andere vraag. U kunt dus niet voor alle vragen veel tijd nemen. Dan hebt u niet genoeg tijd om alles te doen.


Het examen Luisteren bestaat uit drie delen: A, B en C, met daarin vijf teksten. De teksten worden gesproken door een of meer sprekers. Zij vertellen over een onderwerp of praten met elkaar over een onderwerp. Elk onderdeel begint met korte informatie over het onderwerp en/of de spreker(s). Onderdeel A begint met een voorbeeld.

Dit examen wordt helemaal digitaal afgenomen. U hoort steeds een klein stukje van de tekst via een koptelefoon. Daarna geeft u antwoord op een meerkeuzevraag over dit stukje tekst. De vraag en de antwoorden leest u op een computerscherm. U klikt uw antwoord aan met een muis.

U kunt maar één keer luisteren naar elk stukje tekst.

Het examen bestaat uit 40 vragen. Per tekst zijn er minimaal vijf en maximaal 10 vragen. Tussen elk stukje tekst zit 40 seconden.

Let op!

U krijgt bij elke vraag 40 seconden om het antwoord te kiezen en de volgende vraag te lezen. In die tijd moet u twee dingen doen. U moet op het computerscherm het antwoord op de vraag geven en u moet naar het volgende scherm gaan om de vraag te lezen die hoort bij het volgende stukje tekst. Het is heel belangrijk dat u genoeg tijd neemt om de volgende vraag alvast te lezen. Als u dit niet doet, dan weet u niet waar u op moet letten bij het luisteren naar het volgende stukje tekst.


Het examen Schrijven bestaat uit verschillende schrijfopdrachten:

  • Zinnen schrijven
  • Een brief, tekst of formulier aanvullen
  • Een korte of middellange tekst schrijven

Het examen Schrijven bestaat uit twee delen, deel A en deel B. Tussen deel A en deel B is er geen pauze, alleen een korte rust.

Bij elke opdracht is er een beschrijving van een situatie en een schrijftaak. Soms staat er iets bij: een tekening, een beschrijving van een context of een tekst die u moet afmaken.

Let op!

Vanaf 2016 worden alle examens helemaal digitaal afgenomen. U schrijft uw tekst op de computer met een eenvoudig schrijfprogramma.

Meer informatie over de digitalisering van de examens Schrijven vindt u op de pagina Digitale examenonderdelen.


Het examen Spreken bestaat uit twee (Programma I) of drie (Programma II) delen met spreekopdrachten. Bij Programma I krijgt u korte en middellange spreekopdrachten. Bij Programma II krijgt u ook nog lange spreekopdrachten, waarbij u twee minuten moet spreken.

Elke opdracht bestaat uit een beschrijving van een situatie en een spreektaak. Meestal is er ook een tekening van de situatie te zien. Elk deel van het examen begint met een instructie en een voorbeeld (behalve de lange opdracht uit Programma II).

Dit examen wordt helemaal digitaal afgenomen. U hoort de opdracht via een koptelefoon. De opdracht en de antwoorden leest u op een computerscherm. U spreekt uw reactie in via een microfoon. Uw reactie wordt opgenomen en bewaard op de computer. U krijgt bij elke vraag 20 of 30 seconden om het antwoord in te spreken.

Aan het begin van het examen moet u uw naam en examennummer zeggen. Dat moet u aan het eind nog een keer doen. We weten dan zeker dat het úw antwoorden zijn.

Na afloop van het examen controleren we of de geluidsopname is gelukt. Als dat niet zo is, dan kunt u het examen indien mogelijk diezelfde dag nog opnieuw doen. Een enkele keer merken we pas bij de beoordeling dat de geluidsopname toch niet helemaal goed is. In dat geval krijgt u bericht van de NT2-administratie van DUO. U mag dan het examen gratis opnieuw maken.

Let op!

Bij de langere spreekopdrachten mag u aantekeningen maken. We raden u aan alleen de belangrijke punten op te schrijven, omdat u anders te veel tijd kwijt bent met schrijven.

U hoeft bij het spreken niet alle antwoordtijd te gebruiken. Als u denkt dat uw antwoord voldoende is, kunt u stoppen met spreken.

Het is belangrijk dat u duidelijk spreekt. Spreek niet te zacht, want dan kunnen we uw antwoorden niet goed beoordelen. U hoeft ook niet veel harder te spreken dan normaal. Dan hebben de andere deelnemers misschien last van u.

De examenleider bedient de apparatuur. U hoeft daar zelf niets aan te doen.