Drie vliegen in één klap: beter Nederlands, beter functioneren én een diploma

1 november 2013

 

Diploma NT2 als kroon op het werk

Drie vliegen in één klap: beter Nederlands, beter functioneren én een diploma

 

Werkende anderstaligen zijn een belangrijke groep deel¬nemers aan het Staatsexamen NT2. Met het Diploma NT2 laten zij hun werkgever zien dat hun taalniveau voldoende is om werk of een opleiding op midden- of hoger niveau te doen. Voor werkgevers is het diploma ook interessant. Als zij hun medewerkers een goede taalcursus aanbieden en examen laten doen, levert dat beter functionerende medewerkers op, die bovendien een landelijk erkend diploma op zak hebben.

Ook voor werkgevers die iemand met een andere moedertaal in dienst willen nemen is het van belang te weten hoe het staat met het Nederlands. Begrijpt de werknemer voldoende om zijn functie goed te kunnen uitvoeren? Begrijpt hij de instructies op papier en kan hij duidelijk een e-mail of een verslag schrijven?

Taal leren voor het werk, op het werk

monteurs

Is de taal van de sollicitant of de medewerker nog niet helemaal voldoende? Met een taalcursus die voorbereidt op een Staatsexamen NT2 oefent hij de taal op een praktische manier. Op het examen wordt name¬lijk getoetst aan de hand van situaties en teksten uit dagelijks leven, werk en opleiding. Wie zich voorbereidt op een Staatsexamen NT2 moet daarom oefenen met het gebruik van taal in allerlei situaties, zoals een klant in een elektronicawinkel advies geven en een e-mail schrijven naar de secretaresse met de vraag waar een map gebleven is. De taalleerder moet weten wat je zegt in zo’n situatie, welke woorden je nodig hebt en welke handige zinnen kun je gebruiken. Ook moet hij de juiste toon en stijl kunnen kiezen.

Werknemers leren dit in een functiegerichte taaltraining of training Nederlands op de werk¬vloer. In zo’n taalcursus oefenen zij met de taal ván het werk, vóór het werk, zoals een storing doorgeven, een overdracht schrijven, een verslag van een vergadering maken en een presentatie voor collega’s geven.

Succesfactoren

Een cursus heeft de meeste kans van slagen als de werkgever achter de werknemer staat. Manieren waarop werkgevers hun betrokken¬heid tot uiting kunnen brengen zijn de kosten voor hun rekening nemen en de cursus onder werktijd laten doen. Veel werkgevers tonen al hun betrokkenheid op die manier. Door een taalcursus aan te bieden die goed aansluit op de werkzaamheden van de cursist en waarmee wordt toegewerkt naar een Staatsexamen NT2, wordt gewaarborgd dat de cursus ook echt effect heeft op het functioneren op de werkvloer.

 

Wat werkgevers willen weten

Kan ik de Irakese medewerker van ons installatiebedrijf bij klanten thuis de verwarming laten controleren, zonder communicatieproblemen? Kan ik de Spaanse medewerker op kantoor mailtjes zonder storende fouten naar klanten laten sturen? Is het Nederlands van mijn Ghanese magazijnmedewerker goed genoeg om een bedrijfscursus op mbo-niveau te gaan doen, zodat hij voorman kan worden? En is de Afghaanse ingenieur die nu als monteur werkt taalvaardig genoeg om hem een baan op een hoger niveau aan te bieden, zodat hij bij ons wil blijven?

 

Een examen op twee taalniveaus

Er zijn twee verschillende examens: Programma I, voor werk of opleiding op mbo 3-4-niveau (Taal-niveau B1), en Programma II, voor werk of opleiding op hbo/wo-niveau (Taalniveau B2). Afhankelijk van het werkniveau of werkperspectief van de werknemer kiest men voor één van deze examens. Het diploma NT2 is een startbewijs. De aanname is dat de taal daarna nog verder zal verbeteren: wie werkt of studeert leert vanzelf verder, door te doen.

 

Waar vind ik een cursus?

Adressen van taalinstituten zijn te vinden op de website www.staatsexamensnt2.nl . Daar zijn ook examenvoorbeelden te vinden, en een overzicht van materialen. Het is overigens niet verplicht een cursus te volgen voor men examen doet, maar het is wel aan te raden.

 

Wat kost het?

Examen doen kost 180 euro. De kosten van een cursus zijn afhankelijk van wat een taalinstituut aanbiedt, of van wat uw wensen zijn. De kosten voor een cursus en het examen worden vaak betaald uit het persoonlijk scholingsbudget van de medewerker of, in verschillende branches uit het Opleidings-& Ontwikkelingsfonds (O&O), het scholingsfonds of het sectorfonds.

Pijl omhoog