Taal in de VVE

1 december 2014

 

De rol van de Staatsexamens NT2

Taal in de VVE De rol van de Staatsexamens NT2

In de VVE – de opvang van peuters en kleuters – staat taal hoog op de agenda. De overheid vindt het belangrijk dat jonge kinderen omgeven zijn door volwassenen die de taal goed beheersen. Uit onderzoek bleek dat de taalvaardigheid van medewerkers in de voor- en vroegschoolse educatie te wensen overliet. De overheid stelde taaleisen op en in veel gemeenten leggen pedagogisch medewerkers (pm’ers) een taaltoets af om hun taalniveau aan te tonen. Welke rol spelen de Staatsexamens NT2 in deze situatie? Voldoen bezitters van het diploma Staatsexamen NT2 aan de eisen?

Taaleisen zoals nu geformuleerd

Het taalniveau dat pm’ers aantoonbaar moeten hebben is 3F voor lezen en de mondelinge vaardigheden luisteren, spreken en gesprekken voeren, en 2F voor de schriftelijke vaardigheden (schrijven en taalverzorging). De taalniveau-aanduiding die wordt gebruikt is die van het Referentiekader Taal, dat is opgesteld als kader voor taal in het Nederlandse onderwijs. 3F is het niveau dat leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben als zij een havo of mbo-4-diploma hebben. 2F is het eindniveau van vmbo en mbo-2 en -3. In de grootste gemeenten (G4, G33 en G86) wordt nu toegewerkt naar minimaal 90 procent van de pm’ers op het vastgestelde taalniveau.

Taalcursussen

kinderen aan tafel

In de praktijk blijkt dat veel medewerkers moeite hebben om te slagen voor een toets op het gevraagde niveau. Pedagogisch medewerkers die onder de taaleis 2F/3F scoren worden bijgeschoold tot ze de toets wel halen. Het blijkt dat vooral anderstalige medewerkers moeite hebben hun taalvaardigheid op het gewenste niveau te krijgen. De taaleis heeft voor degenen die de toets niet halen soms grote gevolgen. Dit zorgde voor kritiek in het land. Slagen voor een toets op 3F zou een te hoge eis zijn voor zittende mede­werkers. In de tijd dat zij een opleiding volgden was de aandacht voor taal niet zo groot als nu. Een ander kritiekpunt is dat de toetsen inhoudelijk te ver van de werkelijkheid van de pm’ers afstaan. De toets en de taaltraining zijn daardoor te abstract en houden te weinig verband met wat pm’ers in hun dagelijkse werk moeten kunnen. Voornaamste kritiekpunt voor medewerkers met een andere moedertaal is dat zij vaak getoetst worden met toetsen die bedoeld zijn voor Nederlandstaligen.

Anderstaligen met een NT2-diploma

De pm’er van wie het Nederlands niet de moedertaal is en die in het bezit is van een diploma Staatsexamen NT2, kan daarmee aantonen dat hij/zij al aan de eisen voldoet.

De Staatsexamens NT2 Programma I en II zijn gelijkwaardig aan resp. 2F en 3F van het Referentiekader Taal. Het CvTE heeft een onderzoeksverslag* gepubliceerd waarin de uitkomsten van een vergelijking van de Staats­examens NT2 en het Referentiekader Taal beschreven zijn.

De kenmerken van de Staatsexamens NT2

Wat maakt de Staatsexamens NT2 een goede optie voor het bewijzen van de taalvaardigheid op het gevraagde niveau? In de eerste plaats omdat de examens speciaal bedoeld zijn voor anderstaligen. De Staatsexamens NT2 geven anderstaligen de kans aan te tonen wat hun taalniveau is. Het is ook een praktijkgericht examen; de kandidaat toont zijn taalvaardigheid in werk- en opleidingsgerichte situaties op mbo-niveau (2F) en hbo-niveau (3F). Het niveau sluit aan: het diploma is een landelijk erkend bewijs van taalvaardigheid op het niveau van werk en opleiding op mbo-niveau 3/4 (Programma I) en hbo/wo (Programma II). En de examens vinden plaats op vaste examenlocaties, waar elke week examen gedaan kan worden.

  • De ‘Notitie Staatsexamens NT2 en het Referentiekader Taal’ is te vinden op www.hetcvte.nl > documenten
 
Pijl omhoog