VluchtelingenWerk Nederland:

1 juni 2015

 

‘We willen vluchtelingen een zo hoog mogelijk niveau laten halen’

 

Vluchtelingen vormen een constante groep deelnemers aan de Staatsexamens NT2. Vluchtelingen-Werk organiseert voor deze groep overal in het land inburgeringscursussen, waarbij de cursist aan het eind het inburgeringsexamen of een Staatsexamen NT2 doet. Hoe zorgt VluchtelingenWerk ervoor dat vluchtelingen een zo hoog mogelijk taalniveau bereiken, zodat ze goede kansen hebben in de samenleving? En waar hebben vluchtelingen momenteel mee te maken? Een gesprek met Francine Baard en Erna Lensink van VluchtelingenWerk Nederland.

‘Je moet toch een netwerk opbouwen’

 
groep mensen kijken naar de camera

Francine Baard is regiomanager Inburgering bij VluchtelingenWerk Noord-Nederland en tot voor kort werkzaam als docent NT2. Over de inburgeringscursussen vertelt zij: ‘Onze cursisten krijgen drie keer per week les van een NT2-docent. Daarnaast proberen we elke cursist te koppelen aan een getrainde taalvrijwilliger. Doel is dat de cursist de kans krijgt het geleerde te oefenen en in praktijk te brengen, en contacten te leggen in hun omgeving. Ze moeten toch een netwerk opbouwen.’ De docenten geven de vrijwilligers tips en handreikingen voor hoe ze kunnen werken, maar de vrijwilliger en de cursist vullen de bijeenkomsten naar eigen idee en behoefte in. Ze ontmoeten elkaar een of twee keer per week, meestal bij de cursist thuis, maar ze gaan er ook samen op uit, naar de bibliotheek of boodschappen doen op de markt. Of men spreekt af in een groepje, om samen te praten of activiteiten te ondernemen. Francine Baard: ‘Dat is een heel goede manier om de taal te leren. En het is belangrijk dat de vluchteling een plek krijgt in de plaats waar hij woont.’

‘Ga voor een zo hoog mogelijk examen’

In de cursussen wordt toegewerkt naar een inburgeringsexamen of een Staatsexamen NT2. Hoe wordt bepaald welk examen de cursist doet? Francine: ‘Docenten spelen een belangrijke rol bij de keuze voor het juiste examen. Zij weten wat de capaciteiten en kansen van hun cursisten zijn. Cursisten zijn tegenwoordig eerder geneigd te kiezen voor een diploma op A2-niveau (het inburgeringsexamen) dan voor een Staatsexamen NT2, omdat ze snel mogelijk aan hun inburgeringsplicht willen voldoen. Belangrijkste reden daarvoor is de extra financiële druk: nieuwkomers moeten tegenwoordig zelf hun inburgeringstraject financieren, meestal door een lening aan te gaan. Het kost ook meer tijd om je voor te bereiden op een Staatsexamen NT2, omdat het taalniveau hoger ligt én omdat men tegenwoordig daarnaast ook het examen Kennis van de Maatschappij moet doen.’ ‘Om een opleiding te gaan doen of een goede baan te vinden is het niveau van het inburgeringsexamen echter niet voldoende. Docenten stimuleren hun cursisten dan ook een zo hoog mogelijk examen te doen. Vluchtelingen die in het land van herkomst al een opleiding hebben gedaan, beginnen direct met een cursus richting het Staatsexamen NT2. Zij hebben de meeste kans tijdig het taalniveau te bereiken. Er zijn ook cursisten die later overstappen naar een cursus richting het Staatsexamen NT2. Aan het begin van het traject is het ook moeilijk een goed beeld van de taalniveaus te hebben. Gelukkig kunnen cursisten, zolang ze niet alle onderdelen van het inburgeringsexamen hebben gehaald, hun lening nog gebruiken om een cursus richting Staatsexamen NT2 te doen.’

Verschillen

 
Erna Lensink

Erna Lensink, beleidsmedewerker bij het Landelijk Bureau van VluchtelingenWerk licht toe waar vluchtelingen verder mee te maken hebben bij het leren van de taal: ‘Vluchtelingen verkeren in een achterstandspositie ten opzichte van andere nieuwkomers. Dat moet aandacht blijven krijgen. Vluchtelingen starten op taalniveau 0 met taal leren, waar andere nieuwkomers al taalniveau A1 hebben door het Basisexamen inburgering in het buitenland. Het taalleertraject van vluchtelingen is daardoor per definitie langer. Momenteel hebben we te maken met toenemende aantallen vluchtelingen, vooral Eritreërs en Syriërs. De Eritreërs hebben vaak de langste weg te gaan. Ze hebben door de situatie in hun land vaak minder onderwijs kunnen volgen. Syriërs daarentegen zijn vaker midden of hoogopgeleid. Die leren de taal een stuk gemakkelijker en behalen ook gemakkelijker een hoger niveau. Je ziet dan ook meer Syriërs dan Eritreërs in een cursus richting het Staatsexamen NT2.’

Versterking arbeidsmarktpositie

Na toekenning van status en woning is de vluchteling afhankelijk van het beleid van de gemeente. Erna Lensink: ‘Helaas bezuinigen gemeenten extra op de faciliteiten voor vluchtelingen en is de aandacht gericht op het vinden van werk. Wat je ziet is dat vluchtelingen relatief vaak onder hun niveau werken of kleine contracten hebben, waardoor ze toch nog bijstand nodig hebben. Goede scholing is belangrijk voor deze groep. Met een kleine investering kun je ervoor zorgen dat mensen duurzamer aan werk komen. Wie een Nederlands diploma heeft gehaald, heeft toch meer kansen om blijvend aan het werk te gaan. Gelukkig zijn er gemeenten waar vluchtelingen met behoud van uitkering een opleiding mogen volgen.’

 

Vroeg beginnen

‘Positief’, zegt Erna Lensink, ‘is dat de asielprocedure korter is geworden. Vluchtelingen krijgen tegenwoordig vaak al na een half jaar hun verblijfsvergunning toegewezen en kunnen dus al snel beginnen met taal leren. In sommige gevallen gebeurt dat zelfs al in het asielzoekerscentrum, met lessen verzorgd door docenten van het COA of via het UAF (Stichting voor Vluchteling-Studenten). Alhoewel deze lessen niet te vergelijken zijn met wat mensen in een inburgeringscursus leren, hoeven vluchtelingen nu niet meer te wachten met taal leren tot ze een huis hebben.’

Pijl omhoog