‘Ik wil meer dan alleen een bewijs van mijn burgerschap’

8 juni 2017

 

Mogos (33) en Samuel (24), zijn beide vluchteling uit Eritrea, elk met een eigen verhaal. Ze hebben bewust gekozen voor het Staatsexamen Nt2, omdat ze graag aan hun toekomst in Nederland willen werken. Samuel gaat binnenkort examen Programma I doen en zou graag een opleiding binnen de autotechniek willen oppakken. Mogos bereidt zich voor op Programma II en hoopt in Nederland een PhD te kunnen doen binnen zijn werkveld van ontwikkelingsstudies.

Informatie in een vroeg stadium

‘Kijk, als ik inburgering doe, dan heb ik een bewijs voor mijn burgerschap’, vertelt Samuel, ‘maar ik wil juist graag naar school en een baan vinden op een hoger niveau. Daarom leer ik nu voor het Staatsexamen Nt2.’ Hij vluchtte naar Nederland toen hij 20 jaar was en na verblijf in diverse azc’s heeft hij nu een eigen woning. ‘In het azc krijg je veel informatie over de Nederlandse samenleving, de cultuur. Dat is goed. Maar je wilt ook weten wat voor mogelijkheden er zijn voor studie of werk en wat je d daarvoor moet doen,’ vertelt Mogos. ‘Je moet eigenlijk alle informatie over inburgering en dus ook het Staatsexamen Nt2 hebben, om te weten welke stappen je kunt zetten om hier in Nederland aan je toekomst te gaan werken. Ik heb een paar goede vrienden, zoals mijn docent Paul, die mij hebben geholpen mijn weg te kiezen. Maar het zou goed zijn om deze informatie al vroeg te krijgen. Op die manier leer je het Nederlandse systeem beter kennen, weet je wat er van je verwacht wordt en begrijp je beter hoe het in Nederland werkt.’

Met geduld en aandacht

Hoe is het om als Eritreeër een plek te vinden in de Nederlandse samenleving? Samuel: ‘In Eritrea is het

moeilijk om iets zelf te beslissen, mensen durven vaak niet. Mensen zijn soms bang voor andere Nederlanders. Dat zorgt ervoor dat integreren in Nederland niet altijd gemakkelijk gaat. Ik vond dat ook spannend, maar in Nederland wordt geen Tigrinya gesproken, dus ik moet Nederlands leren. Ik ben sociaal, heb veel contact met Nederlandse mensen en heb een vrijwilligersbaantje. Dat helpt mij de taal te leren.’ Mogos had in Eritrea een baan als universitair docent en deed een master in Wageningen, hij was uitwisselingsstudent. Na het afronden van zijn studie kon hij niet terugkeren naar zijn land en was hij genoodzaakt asiel aan te vragen in Nederland. Mogos merkt ook dat het karakter van Eritreeërs anders is: ‘Ja, ik zie dit bijvoorbeeld in de les. De Syriërs praten veel en reageren snel en wij Eritrese mensen, wij luisteren en wachten rustig af. Wij zijn niet zo gewend zelf initiatief te nemen. Dat zit in onze cultuur, maar dat is niet altijd even gemakkelijk. We zullen daarin moeten veranderen, maar dat kan niet in een keer.’

Voorbereiding op je eigen manier

Mogos is een rustig persoon, is graag op zichzelf en houdt van studeren. ‘Ik ben iemand die goed alleen kan leren. Ik heb voor mezelf een plan gemaakt wanneer ik wat doe en daar houd ik me aan. Zo kan ik leren op mijn eigen niveau en tempo.’ Naast zijn strikte planning heeft Mogos een taalmaatje met wie hij een keer in de week afspreekt en hij gaat twee uur per week naar conversatieles. ‘Ik heb een goede woordenschat en gebruik verschillende apps om te oefenen, maar het is voor mij belangrijk dat ik de woorden ook gebruik.’ Als hij straks geslaagd is voor zijn Staatsexamen Nt2, hoopt hij snel een baan te kunnen vinden. ‘En misschien later nog wel een PhD.’

Mogos benadrukt hoe belangrijk informatie is. Hij zou het mooi vinden als er bijvoorbeeld workshops georganiseerd zouden worden waar verteld wordt hoe het Nederlandse onderwijssysteem werkt en welke mogelijkheden er zijn. ‘En dat je met het Staatsexamen Nt2 een studie kunt gaan doen, met alleen inburgeren op A2 lukt dit (bijna) niet. Eritreeërs en Nederlanders kunnen elkaar tijdens dit soort workshops ontmoeten en van elkaar leren; Dan is er meer begrip voor elkaar.’

Pijl omhoog