Werkgevers en gemeenten begeleiden statushouders op weg naar werk

5 december 2018

 

Van rondleiding tot een passende baan met perspectief

De Nederlandse economie trekt aan. Dat betekent dat er volop werk is, ook buiten de ICT- en technieksector. In Noord-Limburg blijkt dat bedrijven de komende twee jaar minstens 1.200 nieuwe werknemers nodig hebben voor werk op niveau mbo 3/4 en hoger. [1] Het WerkgeversServicepunt (WSP) Noord-Limburg werkt actief samen met werkgevers in de regio om statushouders te begeleiden op weg naar werk.

 
Jessica van Tol
Jessica van Pol

Jessica van Tol, accountmanager bij WSP Noord-Limburg, werkt vanuit het WSP nauw samen met werkgevers: ‘We nemen de statushouders mee naar de werkvloer en laten ze zien wat het werk inhoudt. De werkgevers vertellen dan over het werk en over de verwachtingen die ze van nieuwe werknemers hebben. De statushouders kunnen op hun beurt bepalen of een beroep bij hen past of niet, waarbij we altijd goed in de gaten houden of de wensen van de statushouders ook realistisch zijn. Onze aanpak is heel erg praktijk- en arbeidsmarktgericht.’

Over die gerichte aanpak zijn ze bij aluminiumgieterij MGG zeer te spreken. Roel Houwers, HR Manager: ‘Het WerkgeversServicepunt adviseerde ons een gefaseerde aanpak. Na een voorselectie heeft het WSP kandidaten uitgenodigd voor een presentatie. Daarna bleven nog zo’n 18 kandidaten over die bij ons een rondleiding hebben gekregen.’

 

Het WerkgeversServicepunt is het aanspreekpunt voor personeelsvragen van werkgevers. Iedere arbeidsmarktregio heeft een WSP. Het WSP Noord-Limburg is een samenwerkingsverband van zeven Noord-Limburgse gemeenten, het UWV en de sociale werkvoorzieningen in die regio.

Gemotiveerd en enthousiast

Niet elke werkgever staat direct te springen om werknemers aan te nemen die de taal nog onvoldoende beheersen of onbekend zijn met de werkcultuur’, vertelt Jessica. ‘Het feit dat de doelgroep niet erg bekend is bij de werkgever speelt soms een rol. Werkgevers willen graag nieuwe mensen aannemen, maar weten niet altijd hoe zij iemand goed kunnen begeleiden die de Nederlandse werkcultuur en taal nog niet goed kent. Een van de werkgevers deelt haar ervaring: ‘Ik wilde beginnen met mijn presentatie en startte eigenlijk automatisch in het Engels. Toen ik de groep vroeg of ze me wel goed begrepen, kreeg ik de vraag of ik misschien in het Nederlands wilde presenteren. Dat was immers de taal die de statushouders wilden leren. Uit die ene vraag sprak zoveel motivatie en enthousiasme.’

Taal is een ding

Jessica vertelt dat ze al mooie oplossingen voorbij heeft zien komen voor omgaan met het taalprobleem, bijvoorbeeld het buddysysteem: een tweetalige werknemer begeleidt zijn anderstalige collega. Zo wordt er aan taalverwerving gewerkt, én leert de collega het werk kennen. Een andere aanpak is het inzetten van een taalcoach op de werkvloer. Een taalcoach helpt de anderstalige collega specifiek met de vaktaal en betrekt ook de rest van het team, bijvoorbeeld door hen aan te sporen Nederlands te praten. Alles om de nieuwe collega te ondersteunen bij het leren van de Nederlandse taal.

Uit recent onderzoek (2017) komt naar voren dat bedrijven de komende jaren meer en meer nieuwe medewerkers nodig hebben. Een enquête uitgevoerd onder werkgevers door LWV en het WSP Noord-Limburg bevestigt dit beeld. Het gaat hierbij dan vooral om vacatures op niveau mbo 3 en 4 of hoger. Een diploma dat de taalvaardigheid op B1 (startbewijs voor mbo 3/4) of B2 (startbewijs voor hbo/universiteit) aantoont, zoals het Staatsexamen Nt2, kan dan een welkome aanvulling zijn op het cv van de statushouder.

 
Rutten Truckservice

[1] ROA (2017). De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2022. Universiteit van Maastricht.

Pijl omhoog