Taal de werkvloer op: 3 tips voor werkgevers

9 juli 2019

 

De werkplek is bij uitstek de plek om als taalleerder je Nederlands te verbeteren, te oefenen en te gebruiken in een functionele context. De taalleerder speelt hierbij zelf de belangrijkste rol, maar ook de werkgever, collega’s en de Nt2-docent kunnen ondersteunen. In de serie ‘Taal de werkvloer op’ bespreken we steeds een aantal tips om op de werkvloer aan het versterken van de Nederlandse taal te kunnen werken. Deze keer tips voor de werkgever.

Tip 1 – Betrek iedereen bij het gesprek

Een werknemer die het Nederlands nog niet goed beheerst zal zich vaak in eerste instantie bescheiden opstellen. Je kunt helpen door deze collega dan vooral tijdens informele momenten bij het gesprek te betrekken, bijvoorbeeld gesprekken bij de koffieautomaat of bij sociale activiteiten na het werk zoals borrels of personeelsuitjes.

In veel culturen is het niet gebruikelijk of zelfs onbeleefd om initiatief te nemen of vragen te stellen. Moedig de anderstalige werknemer expliciet aan om dit wel te doen. Initiatief nemen en vragen stellen komt het werk ten goede, werknemers weten beter wat zij moeten doen én er ontstaat contact met collega’s, wat de taalverwerving alleen maar ten goede komt. Taalleren gaat het snelst in de praktijk, als er voldoende aanbod is en er mogelijkheden zijn om de taal te gebruiken.

Tip 2 - Creëer een taalleeromgeving

mensen in een lokaal

Koppel de anderstalige werknemer aan een collega die kan fungeren als vraagbaak en/of taalmaatje. Een taalmaatje op de werkvloer is laagdrempelig en werkt beter dan een begeleider op afstand. Het taalmaatje kan de anderstalige werknemer gericht helpen bij het oefenen van de vaktaal, maar ook de andere collega’s eraan helpen herinneren een vakterm nog eens uit te leggen. Het aanbieden van een training Nederlands op de werkvloer kan ook helpen om de anderstalige werknemer te ondersteunen bij het Nederlands dat hij/zij nodig heeft om het werk goed uit te voeren.

Hiervoor zijn subsidiemogelijkheden beschikbaar. Een dergelijke opleiding wordt op maat gemaakt en geïntegreerd in de gewone werktaken zoals een klantgesprek of werkoverleg. Dit type taken wordt ook getoetst met het Staatsexamen Nt2.

Tip 3 – Bespreek voor en na

Betrek de anderstalige werknemers bij alle talige situaties die nodig zijn voor het werk, maar nu nog lastig zijn omdat ze de Nederlandse taal nog niet voldoende beheersen. Bijvoorbeeld een werkoverleg, adviesrapporten schrijven, overdrachtsdocumenten maken of een presentatie geven. Bespreek deze situaties voor: wat kan de werknemer verwachten. Laat de werknemer meerdere keren observeren door te letten op (taal)inhoud, geschreven en ongeschreven regels, manieren van communiceren. Afhankelijk van hoe ver deze taaltaak nu nog buiten het bereik ligt, zet de werknemer stappen in het meer actief deelnemen aan de Nederlandstalige werksituaties. Bespreek de situatie vervolgens na door in te gaan op wat er gebeurde en wat er gezegd of geschreven is. Door de taalsituaties stapsgewijs voor te bespreken, vervolgens zelf uit te voeren en daarna weer na te bespreken, zal de werknemer meer ingezet kunnen worden in talige werksituaties. Het zelfvertrouwen en het taalniveau van de werknemer groeien.

Pijl omhoog