“Een goed examen trek je niet zomaar uit de kast!”

5 december 2019

 

Een kijkje in de keuken van de Staatsexamens Nt2

Kandidaten, docenten en werkgevers hebben vaak maar met één kant van de Staatsexamens Nt2 te maken: de afname en de uitslag. Maar voordat een examen afgenomen wordt, hebben andere partijen zich er al intensief mee beziggehouden. De twee ontwikkelaars van het examen, Bureau ICE en Cito BV, vertellen wat er allemaal nodig is voordat kandidaten het examen kunnen maken.

 
Judith Richters
Judith Richters

Ontwikkeling van de examens

Judith Richters en Anja de Wijs zijn beide projectleider Staatsexamens Nt2: Judith werkt bij Bureau ICE en Anja is werkzaam bij Cito, twee organisaties die elk twee examenonderdelen ontwikkelen. Luisteren en Spreken worden ontwikkeld door Cito, de examens Lezen en Schrijven zijn voor rekening van Bureau ICE. Judith: “Vanaf 2019 zijn er per programma acht examenmomenten. Per jaar moeten er dan ook acht unieke examens per programma worden gemaakt. Bij Bureau ICE werken zes ontwikkelaars, die de opgaven bedenken en onderling controleren of opgaven geschikt zijn voor het toetsen van taalvaardigheid.”

Anja vult aan: “Normaal gesproken werken er zes tot acht mensen voor Cito die opgaven bedenken. Deze mensen zijn bijvoorbeeld werkzaam als docent Nt2 en doen dit naast hun reguliere werk. Die opgaven worden gekeurd door toetsdeskundigen. Nu er in korte tijd heel veel nieuwe examens nodig zijn, ontwikkelen onze toetsdeskundigen zelf ook opgaven. Het is niet zo dat je de examens een voor een ontwikkelt: er wordt aan verschillende examens tegelijkertijd gewerkt.” Alle nieuwe opgaven worden ter controle langs de Commissie Staatsexamens Nt2 gestuurd, daarna moeten ze vaak nog aangepast worden. In totaal gaan er al gauw zes maanden overheen voordat één examen klaar is.

Diverse onderwerpen en typen teksten

Zowel Bureau ICE als Cito probeert in de opgaven zo goed mogelijk aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk, niet alleen in de onderwerpkeuze maar ook in de acties die je van kandidaten verwacht. “In een spreekexamen proberen we kandidaten op een zo natuurlijk mogelijke manier aan het praten te krijgen,” vertelt Anja. “Voor een leesexamen kun je niet lukraak een tekst uit de krant halen en daar een vraag bij bedenken. Niet elk onderwerp is immers geschikt voor kandidaten omdat er soms te veel achtergrondkennis voor nodig is. Aan de andere kant moet een tekst wel genoeg informatie bevatten om goede vragen over te kunnen stellen. Ook bevat een krantenartikel vaak te veel onbekende woorden en in vakteksten zit jargon dat je moet vermijden. Je moet teksten dus bewerken.”

 
Anja de Wijs
Anja de Wijs

Uiteindelijk worden de verschillende opgaven samengevoegd tot één examen. Hiervoor wordt een toetsmatrijs gebruikt, dat is een document waarin eisen staan over de verschillende tekstsoorten en types vragen die elk examen moet bevatten. Er moeten bijvoorbeeld altijd een paar vragen betrekking hebben op werk, of juist op ontwikkelingen in de maatschappij. Anja en Judith benadrukken dat het examen inhoudelijk niet is gewijzigd ten opzichte van voor 2019: de inhoud en het niveau zijn gelijk gebleven. Alleen de lengte van het examen is bij sommige onderdelen aangepast.

Een eerlijke uitslag voor iedereen

Bureau ICE en Cito houden zich ook bezig met de normering en beoordeling van de examens. Voor de schrijf- en spreekexamens geldt dat de antwoorden van één kandidaat door verschillende beoordelaars worden nagekeken. Welke antwoorden de beoordelaar toegewezen krijgt, wordt via een geautomatiseerd systeem bepaald. Dit voorkomt dat een kandidaat benadeeld wordt door een strenge beoordelaar of juist geluk heeft met een soepele beoordelaar.

Op deze manier worden de examens nauwkeurig beoordeeld en krijgt de examenkandidaat een betrouwbare examenuitslag: iemand met een diploma voor Programma I beheerst het Nederlands écht op niveau B1. En ben je geslaagd voor Programma II? Dan heb je ook echt taalniveau B2.

Een diploma waar je van op aan kunt

Die betrouwbaarheid brengt ons bij het belangrijkste doel van Bureau ICE en Cito: elke kandidaat moet op een rechtvaardige manier beoordeeld kunnen worden. Voor de kandidaat hangt er veel af van de uitslag van het examen: wel of geen toegang tot een vervolgopleiding, wel of niet voldoen aan de inburgeringsplicht. “Je maakt een concreet product dat invloed heeft op het leven van de kandidaat. Het voelt als een succes wanneer een examen goed verloopt en je de kandidaten daarmee verder kunt helpen,” verwoordt Anja haar visie. Judith onderstreept dat de ontwikkelaars altijd het belang van de kandidaten voor ogen hebben: “Het complete systeem moet garanderen dat je een eerlijke toets en beoordeling krijgt.” Op die manier kan de kandidaat verder bouwen aan zijn toekomst in Nederland.