Taal de werkvloer op: 3 tips voor kandidaten

18 juni 2020

 

De werkplek is bij uitstek de plek om als taalleerder je Nederlands te verbeteren, te oefenen en te gebruiken in een functionele context. De taalleerder speelt hierbij zelf de belangrijkste rol, maar ook de werkgever, collega’s en de Nt2-docent kunnen hierbij ondersteunen. In de serie 'Taal de werkvloer op' bespreken we steeds een aantal tips om op de werkvloer de mogelijkheden aan te grijpen voor het versterken van de Nederlandse taal. Deze keer een aantal tips voor de kandidaat, voor taalverwerving in tijden van thuiswerken.

Tip 1: Noteer woorden en zinnen

Niets is motiverender dan merken dat je Nederlands vooruit gaat. Bijhouden welke woorden en handige zinnen je geleerd hebt, helpt je zicht te houden op je vooruitgang. Noteer handige woorden en zinnen die je geleerd hebt tijdens een vergadering of online koffiemoment met je collega’s. Wat zegt een collega bijvoorbeeld als hij in een vergadering met klanten een oplossing voorstelt bij een probleem in de samenwerking?

  • Noteer wat er gezegd wordt en spreek met jezelf af waar en wanneer jij gaat oefenen met deze handige zin. Ga je luisteren in gesprekken of de formulering vaker gebruikt wordt of ga je de formulering zelf gebruiken in een gesprek?
  • Maak met jezelf een afspraak wat je gaat doen en wanneer je gaat oefenen.
  • Noteer hoe het oefenen met de formulering is gegaan. Wat ging er goed en wat kan beter?

Tip 2: Focus op uitspraak en toon

cursist met laptop en boeken

Onlinegesprekken zijn vaak kort en bondig. De verstaanbaarheid speelt daarbij een grote rol. Een accent is niet erg, maar probeer zo duidelijk mogelijk te spreken. Verschillende videobelprogramma’s hebben de mogelijkheid om een opname te maken van een overleg. Neem jezelf eens op en kijk hoe je spreekt.

Stel jezelf een aantal vragen en kijk (een deel van) het gesprek terug. Let bijvoorbeeld op hoe samenhangend je verhaal is of hoe vloeiend het gesprek verloopt. Let ook op je toon: is die passend voor het overleg? Klinkt jouw vraag als een vraag? Begrijp je je eigen uitleg tijdens de vergadering?

Luister ook naar je eigen reactie in een gesprek. Heb je de vraag van je collega goed begrepen? Paste je reactie goed bij de opmerking die je collega maakte? Bespreek de opname eens met een Nederlandstalige collega: wat gaat er goed en wat kan je nog verbeteren aan je uitspraak?

Tip 3: Oefen nieuwe woordcombinaties

Bij onlinevergaderen of een onlinetraining komt taal kijken die je niet direct kent of leert in een taalcursus. Denk maar eens aan ‘ik ga mijn scherm delen’, ‘op mute staan’, ‘er is ruis op de achtergrond’ of ‘de verbinding is slecht’. Dit soort taal kun je oefenen in online Nt2-lessen, maar je kunt ook de kunst afkijken bij een collega.

Maak aantekeningen bij de vergadering en stel jezelf vragen. Kun je goed volgen wat er gezegd wordt? Welke woorden of zinnen gebruikt je collega om argumenten of meningen in te leiden? Je oefent zo je luistervaardigheid en leert direct handige zinnen. Door vooraf te oefenen, kom je niet voor verrassingen te staan en kun je vol vertrouwen beginnen.