Home
vragen-icoon
Voorbereiden
vragen-icoon
Examenonderdelen

Examenonderdelen

Het Staatsexamen Nt2 bestaat uit vier onderdelen; Schrijven, Spreken, Lezen en Luisteren. Alle onderdelen worden op de computer gemaakt.

Schrijven

Het examen Schrijven (Programma I en Programma II) bestaat uit het afmaken of aanvullen van zinnen, korte opdrachten en middellange opdrachten. U kunt zelf bepalen in welke volgorde u de opdrachten maakt. Het examen duurt 110 minuten voor Programma I en II. De opdrachten verschijnen op het beeldscherm en uw tekst typt u daarbij in.

 

Programma I

Programma II

10 zinnen schrijven

7-8 zinnen schrijven

2 korte teksten aanvullen

1-2 korte teksten schrijven

2 korte teksten schrijven

1-2 middellange teksten schrijven

  • - 
    Zinnen schrijven

    U krijgt korte teksten die niet compleet zijn. U moet zinnen afmaken of erbij schrijven.

  • - 
    Korte tekst schrijven

    Een korte tekst is bijvoorbeeld een notitie, een korte brief of een korte beschrijving geven van een situatie.

  • - 
    Middellange tekst schrijven

    U beschrijft bijvoorbeeld een probleem en doet een voorstel voor een oplossing. U krijgt daar soms een tabel, grafiek of plaatjes bij die u moet gebruiken.

De meeste opdrachten gaan over werk of opleiding. Een aantal opdrachten gaat over het dagelijks leven.

Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Schrijven mag u maximaal drie woordenboeken gebruiken. In uw woordenboeken mogen geen briefjes zitten of aantekeningen staan.

Het Van Dale Synoniemenwoordenboek en het Van Dale Spreekwoordenboek mag u niet gebruiken. Ook kunt u geen gebruik maken van een digitaal woordenboek of digitale spellingcontrole.

Instructiefilm Schrijven

Spreken

Bij het examen Spreken hebt u een koptelefoon op en praat u in een microfoon tegen de computer. U praat niet tegen een persoon. U luistert naar de tekst via de koptelefoon en leest de opdrachten en antwoorden op het computerscherm. Het examen duurt ongeveer 25 minuten voor Programma I en II. Het examen van Programma I bestaat uit twee delen. Het examen van Programma II bestaat uit drie delen. Er zijn korte en lange spreekopdrachten.

 
 

Programma I

Programma II

Deel 1

8 korte spreekopdrachten

4 korte spreekopdrachten

Deel 2

8 middellange spreekopdrachten

8 middellange spreekopdrachten

Deel 3

-

1 lange spreekopdracht

  • - 
    Korte spreekopdrachten

    U krijgt vragen waarop u een kort antwoord geeft. U heeft per opdracht 20 seconden spreektijd.

  • - 
    Middellange spreekopdracht

    U krijgt vragen waarop u een langer antwoord geeft. Het is een antwoord van een paar zinnen of meer. U heeft per opdracht 30 seconden spreektijd.

  • - 
    Lange spreekopdracht

    U spreekt twee minuten over een bepaald onderwerp. U krijgt daar voorbereidingstijd voor. Dan kunt u eerst bedenken wat u wilt gaan zeggen.

Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Spreken mag u geen woordenboek gebruiken.

Introductiefilm Spreken

Lezen

Bij het examen Lezen krijgt u een boekje met teksten. De vragen en antwoordmogelijkheden staan op de computer. Bij de 7 teksten moet u 35-38 vragen beantwoorden. Het zijn altijd multiplechoicevragen. Het examen van Programma I duurt 110 minuten en het examen van Programma II duurt 100 minuten.

Er zijn verschillende soorten opdrachten:

  • Er zijn vragen waarbij u moet kiezen wat het onderwerp van de tekst is, waar de tekst vandaan komt of voor wie de tekst bedoeld is.
  • Er zijn vragen waarbij u moet kiezen wat een stuk tekst precies betekent. Of u zegt wat de relatie is tussen twee stukken tekst. Of u geeft aan wat de conclusie van de tekst is.
  • Er zijn vragen waarbij u iets moet opzoeken in de tekst. U kunt de informatie beschrijven, informatie ordenen of twee dingen met elkaar combineren.

Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Lezen mag u maximaal drie woordenboeken gebruiken. In uw woordenboeken mogen geen briefjes zitten of aantekeningen staan.

Het Van Dale Synoniemenwoordenboek en het Van Dale Spreekwoordenboek mag u niet gebruiken.

Instructiefilm Lezen

Luisteren

Het examen Luisteren bestaat uit ongeveer 40 opdrachten bij 5 of meer luisterteksten. Er zijn 1-3 filmpjes waarbij steeds een opdracht is.

U luistert via een koptelefoon naar korte luisterteksten. Na de luistertekst geeft u antwoord op een vraag. De vragen en antwoordmogelijkheden staan op de computer. Het zijn altijd multiplechoicevragen. Het examen Luisteren duurt 90 minuten voor Programma I en II.

In het examen Luisteren hoort u sprekers die praten over situaties op het werk, tijdens een studie of in het dagelijkse leven. Wat u hoort lijkt op normaal taalgebruik: u hoort verschillende stemmen, versprekingen, herhalingen enz. Een spreker kan een accent hebben, maar het is nooit een dialect. Soms hoort u geluiden op de achtergrond. Dit komt omdat er echte opnames zijn gebruikt.

Voor elke vraag krijgt u 25 seconden de tijd om de vraag en de drie mogelijke antwoorden te lezen. Het luisterfragment start automatisch. U kunt maar één keer luisteren.

Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Luisteren mag u geen woordenboek gebruiken.

Instructiefilm Luisteren

 
Pijl omhoog